Het hoortoestel wordt achter het oor gedragen. Er zijn globaal drie soorten:
a. slangetje en oorstukje
Dit type is makkelijk handteerbaar, minder kwetsbaar en goed schoon te houden.
b. heel dun slangetje en een parapluutje
Geschikt voor lichte verliezen en praktisch niet zichtbaar.
c. luidspreker in het oor (LIHO).
Dit type heeft door het luidsprekertje in het oor een optimale geluidskwaliteit en is praktisch niet zichtbaar.
De meest gebruikte vorm is de CIC (complete in canal).
Meest natuurlijke plaatsing van de microfoon en cosmetisch de minst zichtbare oplossing maar lang niet voor alle gehoorverliezen geschikt.
Een ander hoortoestel met een onopvallend design die tevens in het oor gedragen wordt is de BE!
Door de plaatsing van de microfoon in de oorschelp ontstaat een natuurlijke richtwerking en blijft hinderlijk windgeruis tot een minimum beperkt.
Hierbij is het hoortoestel verwerkt in de bril.
Een kasttoestel bestaat uit een kastje, een draad en een oortelefoontje. Het kastje, dat meestal op de borst wordt gedragen, bevat de apparatuur. Met een draad en oortelefoontje wordt het geluid doorgegeven aan uw gehoorgang. Het toestel is gemakkelijk te bedienen en is geschikt voor zeer zware gehoorverliezen.
